Opgeven is
Geen Optie
Alpe
d´HuZes plus 1! � 1 september 2007: Deelnemer
Op 12 juni, bij mijn
eerste bezoek aan het AMC na de 7e, blijkt waar mijn talenten liggen en waar
niet. In ieder geval bij het herstellen. Mijn bloedwaarden zijn nagenoeg weer
normaal en mijn HB is zelfs zeer goed. Dat wist ik wel, want stiekem had ik een
dag eerder alweer een rondje van 4 kilometer gelopen en dat ging goed. Binnen enkele weken blijk ik alles weer
aan te kunnen en ik bepaal net als 2 weken voor de 7e juni weer het tempo in de
fietsgroep op zondagochtend. Die longontsteking had ik beter moeten timen. Dat
talent ontbeer ik. Maar mijn herstel is nu zo voorspoedig dat ik mijn voornemen
om me op 1 september voor mijn longontsteking te revancheren, waar kan maken.
Tijdens de
barbecue op 14 juli blijkt opeens dat Marjolijn het helemaal gehad heeft met
Alpe d'HuZes. En om dan ook nog eens op 31 augustus, na schooltijd, in de auto
te stappen met twee kinderen om mij op zaterdag 1 september aan te moedigen,
daar begint ze niet aan. Met een beetje pech komt ze rond 5 uur in de ochtend
aan en kan dan totaal gesloopt het startschot meemaken om vervolgens de hele
dag met twee vermoeide kinderen op te moeten trekken.
Geen
denken aan. Hoewel ik teleurgesteld ben, begrijp ik het. Ik leg me erbij neer
en zal met Coen en Daan naar Frankrijk reizen.
De voorbereidingen voor
de 1e september verlopen optimaal. Ik word erg sterk van een week trainen in de
Vogezen met 650
kilometer
en 16.000 hoogtemeters. Ook de lange stukken op het vlakke verteer ik prima.
Mijn zelfvertrouwen neemt toe en ik zie uit naar de beklimmingen. Die Alpe kan
ik wel opvreten. Ik heb er ongelooflijk veel zin in!
Tijdens
onze vakantie in Friesland laat Fausto weten dat hij met Daan en Coen en mij
mee zal gaan naar Frankrijk. Fausto en Daan nemen ook hun kinderen mee. Hoewel
ik het heerlijk vind dat ze meegaan, heb ik gemengde gevoelens over de
aanwezigheid van het gezin Marreiros. Ik laat straks mijn eigen vrouw en
kinderen thuis en ga met een ander gezin op stap. Dat voelt erg vreemd.
Op
woensdag 29 augustus word ik opgehaald door Fausto en Daan en hun kinderen.
Bizar is het vertrek van huis. Ik word door mijn eigen gezin uitgezwaaid.
Rationeel begrijp ik het, maar het voelt fout. 's Nachts rond 2 uur komen we in
Bourg d'Oisans aan en later lig ik te woelen en me af te vragen hoe ik hier
zaterdag tijdens het klimmen mee om zal gaan. Mijn onzekerheid groeit als de
volgende dag Bram, de zoon van Coen, met zijn grootmoeder mee blijkt te zijn
gereisd. Nog een kind, maar niet het mijne!
Dat ik niet helemaal
moederziel alleen zou fietsen wist ik natuurlijk al doordat van het begin af
aan Coen en Daan mee zouden reizen. Maar de groep wordt groter. Nu blijkt dat
René
Bentvelzen
al sinds dinsdag in Frankrijk is. Voor de grap had ik in een sms gemeld dat als
hij niets te doen had, hij dit beter in Bourg d'Oisans kon doen en dat 'Coen en
ik hadden besloten dat hij wel een slaapplaats in ons huisje kon krijgen'. Het
was pure bluf, maar René schrok en dacht dat Coen zijn mond voorbij had
gepraat. Zo schuift René donderdagochtend aan bij het ontbijt als de
volgende stap in het Zwaan-kleef-aan-toneelstuk. In het begin van de avond
halen hij en ik Coen van het vliegveld in
Lyon. We zijn compleet.
De
dag voor De Dag. Even een half uurtje zwemmen en aan de rand van het zwembad
uitrusten met Daan, wat hangen en wat slapen en nog een beetje dollen met de
kinderen van Fausto en Daan en met Bram van Veenendaal. In de avond zitten we
na het eten te praten als plotseling mijn goede vriend Harry voor mijn neus
staat. Ik ken Harry al sinds 1977. Doodleuk meldt hij dat hij Bourg d'Oisans
maar in zijn vakantieplanning heeft opgenomen. We kunnen maar kort met elkaar
praten, want ik ga om 10 uur slapen. Eerst nog even met Marjolijn bellen. Die
neemt niet op. Niet op ons vaste nummer in Amsterdam en niet op haar mobiele
nummer. Niet na één keer bellen en ook niet na drie keer bellen.
Mijn teleurstelling is groot en er komt zelfs iets van woede in me op. Dat ze
niet meegaat begrijp ik, maar dat ik niet eens met mijn eigen vrouw kan praten
op de avond voor De Dag is onbegrijpelijk. Ik ga naar bed. Na 10 minuten gaat mijn telefoon en belt ze alsnog. 'Sorry,
sorry dat ik niet opnam, maar ik sta hier bij het Watervalfestival aan de
Sloterplas en hoorde mijn mobiel niet'. Op mijn vraag waar de kinderen zijn
zegt ze dat die zo lekker aan het spelen zijn met vriendjes en vriendinnetjes
dat ze even niet kunnen komen. Okay. Mijn woede is bedaard. Een dikke kus en
een goede nacht gewenst. Marjolijn zal morgen een paar keer bellen met Daan en
zo op de hoogte blijven. 's Avonds bellen we als ik klaar ben. Welterusten
lieveling.
De wekker staat op 4 uur in de ochtend, maar ik word wakker van een sms van Leo Peelen: 'We hebben speciaal de wekker gezet om je veel succes toe te wensen op deze fantastische dag, Leo en Aaltje.' Wat een kanjers, wat een lieve mensen. Ik wacht op mijn eigen wekker en stap om 4 uur mijn bed uit. Coen is al wakker. Om 10 over 4 gaat de buitendeur open, dat zal Daan of Fausto zijn. Maar dan voel ik een hand op mijn schouder en een bekende stem wenst me goedemorgen. Marjolijn is er toch! Marjolijn die ik de vorige avond aan de telefoon had in Amsterdam. Toch? Welnee, ze stond op een parkeerplaats tussen Genève en Bourg d'Oisans en had de kinderen tot stilte gemaand. De kinderen? 'Ja, die slapen 5 meter bij je vandaan, Peter, in de tent van Fausto en Daan'. Ik barst in tranen uit. Van geluk, van blijdschap en ook een beetje van boosheid. In verwarring loop ik naar mijn twee rotjongens en maak ze wakker. Zo direct uit hun slaap weten ze natuurlijk amper wat hun overkomt, maar ze zijn blij dat ze er zijn. Heerlijk met hun vriendjes Bram, Dario en Delano. 'En we zullen je aanmoedigen, hoor, papa!'
Het wordt tijd om te starten. Fausto, Coen en
ik gaan naar de uitgang van de camping en daar staat de cameraman ons al op te
wachten. Een felle lamp ontneemt me al het zicht terwijl ik een paar vragen
beantwoord. Op een bepaald moment stapt Jan van Dorp achter de lamp vandaan en
zegt dat hij wel zin heeft in een stukje fietsen. Vervolgens stappen
één voor één ook Mike Schalkoort,
De eerste beklimming is zwaar. In ieder geval
omdat het de eerste is en je na
In het donker starten we met allemaal
lichtjes, daarna fietsen we door de wolken, zijn rond half 7 met de laatste
bochten bezig en kijken onder een schitterend zonnetje neer op een prachtige
wolkenpartij in de dalen. Het enige geluid is de adem van 7 stevig ploeterende
mannen en af en toe een gesprek. Stilte, respect voor de berg en bewondering
voor de schoonheid.
Boven staan alle supporters ons op te
wachten. Mijn kinderen, en ook die van Fausto en Coen, zijn me in de auto
voorbijgereden en hebben de longen uit hun lijf geschreeuwd. Dat is pas echt
Alpe d'HuZes. Voor de eerste aankomst is iedereen naar boven gereden. Bij de
volgende aankomsten staat er verzorging, georganiseerd door Marjolijn en Daan.
Met strakke regie sturen ze steeds weer een andere auto met verzorgers naar
boven. Het onthaal bij deze eerste keer is geweldig. De berg is versierd.
Spandoeken hangen er van Alpe d'HuZes, van KWF Kankerbestrijding, maar ook een
waarop staat: 'Joop en Harry groeten Peter'. De spandoeken
spreken van respect, maar geven ook aan dat we moeten genieten.
Nou dat doen we, volop. Klimmen doet pijn, maar je weet waar het voor is. We
kleden ons warm en beginnen met de eerste afdaling. Beneden op de camping is
alles nog in rust. De tweede beklimming gaat een stuk makkelijker. Ik ben
lekker warm, goed getraind en in een weergaloos humeur.
Wanneer we voor de tweede keer beneden
op de camping arriveren staat onze buurman op zijn veranda zich af te vragen
wat we aan het doen zijn. Coen zegt dat we er al 2 op hebben zitten. 'Twee
wat?' 'Twee beklimmingen van de Alpe en er volgen er nog 5, buurman!' De man
heeft een fles afwasmiddel in de hand en zijn gezichtsuitdrukking doet
vermoeden dat hij de fles zo aan zijn mond zal zetten en hem leeg zal drinken.
Dat deed hij gisteren ook, hij zat de hele avond te hijsen. Verwonderd gaat hij
zitten en hij zal die dag nog enkele malen het hoofd schudden. Denk je thuis op
te kunnen scheppen over je klim op de Alpe d'Huez, zijn er 7 Nederlanders die
op één dag 7 keer die berg op rijden! Het is ook inderdaad wel
vreemd, maar ja, dat is Alpe d'HuZes. Het is niet mogelijk op één
dag 7 keer de Alpe d'Huez op te fietsen, maar we doen het toch. Drie van ons, in
ieder geval.
De derde en de vierde klim verlopen
goed, maar worden zwaarder. Mijn rug protesteert. Ik heb het niet zo op
verzorging tijdens de rit en start toch met de vijfde. Coen zit er al aardig
door, maar geeft natuurlijk niet op. Tussen twee klims door is het Fausto
gelukt zijn derailleur te repareren, zodat de ketting op de 26 wil en hij nu
39/26 kan rijden in plaats van 39/23. Hij had zijn klimfiets thuis gelaten,
want dacht bij de verzorging in te moeten springen. Nu er voldoende mensen
zijn, gaat hij er maar voor als Guus Olifant, zoals hij het zelf noemt.
Ongelooflijk. In een zeer laag beentempo blijft hij naast me doorklimmen. Wat
heeft die kerel een kracht in zijn benen. Jan van Dorp is de pechvogel van de
dag. In de 4e klim breken er een paar spaken en hij kan die nog laten
repareren in het dorp. In de zesde klim van Fausto en mij gaat hij weer mee en
hij wil ook de zevende mee omhoog. Helaas krijgt hij een lekke band en hij
heeft geen reservebandjes bij zich. Stom, maar niets aan te doen. Mike
Schalkoort fietst 4 keer fantastisch de berg op en houdt het dan voor gezien.
Weinig trainingskilometers, dan kun je er geen 6 of 7 volbrengen en bovendien
wil hij nog een paar keer de Mont Ventoux bedwingen. Ik heb respect voor zijn
prestatie. Ivor Schalkoort, die later op de dag komt kijken, pakt ook 1 keer de
fiets en rijdt soepel omhoog. Jan Janssen heeft last van warmtestuwing. Hij
krijgt er 4 voor elkaar en laat het erbij. Verstandig, want het wordt rond het
middaguur warm. Zeg maar gerust heet. Beneden is het zo'n 30 graden, zeker in
de luwte en boven altijd nog 24 graden. Heerlijk, maar als je geen vocht vast
kan houden is het desastreus. Jan houdt het bij 4. Geweldig! Leo Peelen
heeft ervoor gekozen omhoog te lopen, te wandelen wel te verstaan, met zijn
Aaltje. Al van ver zie ik de reus lopen en als ik passeer word ik hartelijk
aangemoedigd. Wat geweldig dat hij er is vandaag. Ik raak er niet over
uitgepraat.
De vijfde klim doet nog meer pijn dan
de vierde. Pijn in mijn onderrug. Ik moet even aan Arjen van Zeben denken. Die
had het ook erg te kwaad in en na zijn vijfde klim. Ik heb echter dat
vermaledijde motto bedacht en word er nu mee geconfronteerd. Opgeven is Geen
Optie!
Dat is het ook inderdaad niet. Als ik
aan 10 juli 2006 denk, de dag van mijn eerste behandeling vorig
jaar, dan weet ik weer wat me te doen staat: doorfietsen, want er zijn wel
ergere dingen dan 7 keer die kloteberg op fietsen. De kracht in mijn benen is
nog uitstekend, maar ik trek kennelijk mijn rugspieren aan gort. Ik red het
wel, maar wanneer ik beneden op de camping aankom, ziet Daan al dat ik
behoorlijk wat pijn heb. Ik leg uit wat er mis is en dan laat Daan zien dat ze
wonderhandjes heeft. Ze masseert mijn rug los en ik fiets de zesde klim een
stuk gemakkelijker.
Het weer is fantastisch. Dat beetje
pijn dat ik nog in mijn rug heb is te verwaarlozen. Boven blijkt de emotionele
drempel aardig gezakt te zijn. Mijn moeder belt toevallig op dat moment met
Marjolijn en als ik mijn moeders stem hoor, is het gebeurd. Praten is niet meer
mogelijk.
Ik hang even totaal uitgewoond in
Marjolijns armen en zie dan de gelaatsuitdrukking van Milo. Hij glimlacht
verlegen, hij weet inmiddels wel wat er aan de hand is. Jaron staat naast hem
en blijft het vreemd vinden dat zijn vader huilt, al begint hij misschien iets
te vermoeden. Ik doe dit toch allemaal niet voor die berg. Ik wil jullie op
zien groeien, mannen, en gelukkig zien. Dat is mijn motivatie om door te
knokken.
Ook Coen zit er door. Fysiek en
emotioneel. Hij fietst voor mij. Ik voel me enorm trots dat hij dit voor me
doet. Gisteren zijn we geïnterviewd en gevraagd naar onze drive. De vraag
die berg op rijd is simpel te beantwoorden, maar Coen? Dat ligt toch anders.
Coen is in zijn directe omgeving weinig tot niet met kanker geconfronteerd. Ja,
hij kent mij natuurlijk, maar vóór Alpe d'HuZes waren we goede
kennissen van elkaar, meer niet. Geen vrienden. Coen laat anderen zien dat je
de strijd tegen kanker niet hoeft te voeren vanaf het moment dat het je leven
binnenkomt. Je kunt er ook mee beginnen vóór dat moment. En ook
dan is de kracht die je eruit put
grenzeloos.
Klimmen doe je in je eigen tempo. Coen
fietst 1 of 2 minuutjes sneller dan ik en we kunnen niet meer samen fietsen.
Ieder in zijn eigen tempo en met zijn eigen gedachten. Fausto niet. In een veel
te zwaar verzet fietst hij gewoon de zesde en de zevende klim in mijn tempo
omhoog en dat is heel wat langzamer dan zijn eigen tempo. Natuurlijk wordt hij
moe, maar je ziet het niet en je merkt er ook niets van. Ik rijd overigens
prima. De laatste klim is gek genoeg mijn makkelijkste en ik rijd in 1 uur en
25 minuten naar boven. De eerste ging in 1 uur en 23 minuten. Helemaal geen
uitschieters, nog minder dan vorig jaar. Fausto en ik zien Coen een minuutje
vóór ons in bocht 1 staan wachten en gezamenlijk rijden we de
laatste bocht naar de finish. De finishfoto die
voldoening en ontlading maken Coen en
ik een high five, die een triomfboog over Fausto lijkt te vormen. Wij
drieën hebben 7 keer de Alpe d'Huez gereden. Het laatste stuk is een
zegetocht en gaat gemakkelijk. Mijn lijf en geest zijn weer op het niveau waar
ik ze wil hebben en ik kan Alpe d'HuZes plus 1! op 1 september waardig
afsluiten. Iedereen is voor deze laatste aankomst weer naar boven gekomen. We
rijden over de streep en worden enthousiast ontvangen door al die heerlijke
mensen. Veertien uur na de start zit het erop en heb ik mijn revanche. Revanche
op mezelf, op mijn lijf en ik heb bovendien gedaan wat ik
heb afgesproken.
Nu kan ik tot rust komen.
Zo is het
Goed.
Opgeven is geen
optie!


