Opgeven is Geen Optie
Alpe d´HuZes plus 1! 7 juni 2007: Toeschouwer
Koorts, ik doe niets anders dan hoesten en ben ten einde raad. Vannacht
om half vier knapte er iets. De nachten daarvoor heb ik nauwelijks kunnen
slapen en in een week tijd ben ik enorm verzwakt. In het Hemelvaartweekeinde
fietste ik nog een rondje IJsselmeer bij windkracht 6 en nu kan ik geen stap
meer verzetten. 'Ik trek het niet meer, Marjolijn. Dit moet veranderen, want ik
houd het niet meer vol.' Het is 28 mei en de grens is bereikt.
Mijn stem ben ik kwijt en ik bel Marie-José fluisterend. Ze
vraagt me ogenblikkelijk naar het AMC te komen. 15 minuten later laat ik bloed
aftappen. Weer een half uur later worden er longfoto´s genomen en meteen
daarna zit ik bij Marie-José. Niet lang, want het is goed mis: een
longinfectie en veel te lage bloedwaarden. Vooral de leukocyten, die ruim boven
de 4 horen te zitten, zijn met 0,5 levensbedreigend. Dit hoor ik om 14.00 uur.
Om 14.15 uur heb ik een eigen kamertje in het AMC en schuift de verpleegkundige
een infuus met antibiotica in mijn arm. Ik ben patiënt, ik ben hulpeloos,
ik ben afhankelijk, ik ben ziek en ik ben bang! Is de oorzaak kanker of is het
die longinfectie? Mijn bloedwaarden zijn zo verschrikkelijk
laag.
Wanneer mijn schoonzuster met een bos bloemen in het AMC verschijnt,
wordt ze direct de kamer uitgestuurd: 'Geen bloemen voor een patiënt met
zo´n lage weerstand.' Op dat moment realiseert Marjolijn zich wat er aan
de hand is en dat de komende dagen spannend worden, erg spannend.
Ik zit erdoor en ben geen schim van wat ik normaal ben. Al mijn
optimisme ben ik kwijt, ik ben doodsbang en zie mijn einde
naderen. Het is ongekend wat belangstelling dan met je doet. Het bezoek van
familie, vrienden en vriendinnen doet je enorm goed. Mijn vader en moeder,
helemaal overstuur natuurlijk, mijn lieve schoonzuster (jammer van die bloemen,
maar wat was ik blij dat ze er was). Als Daan, Coördinator Medische
Voorzieningen van Alpe d'HuZes, maar vooral een intense vriendin, binnenkomt,
breek ik helemaal en zitten we allebei te huilen. Om half elf 's avonds komt
Coen nog op bezoek, na een presentatie waar ik ook deel aan had moeten nemen.
Later hoor ik dat hij op zijn best is geweest. Natuurlijk, zijn grote broer
ligt vreselijk ziek in het ziekenhuis en wij putten kracht uit emotie. Dan ben
je gewoon goed en krijg je alles en iedereen plat. Coen weet in iedere situatie
het optimisme de boventoon te laten vieren. Op mijn opmerking dat hij beter niet
te dicht bij me kan komen, vanwege het infectiegevaar, luidt zijn antwoord: 'Kom
op zeg, ik heb zoveel positieve energie. Dat is veel besmettelijker!' Ik herstel
gewoon van zijn aanwezigheid.
Meedoen aan 'Alpe d'HuZes plus 1!' kan ik vergeten, maar
Marie-José zet alles in het werk om mij er als toeschouwer bij te kunnen
laten zijn. In twee dagen tijd krijg ik een beenmergonderzoek, een CT-scan van mijn lymfatisch stelsel, een CT-scan
van mijn gezicht, diverse soorten bloedonderzoek, een bronchoscopie en een
onderzoek door een KNO-arts.
Een wereldprestatie van deze fantastische vrouw en dit fantastische
ziekenhuis. Marie-José houdt me op de afdeling interne, ook als blijkt
dat ik helemaal geen kanker heb en alleen een longontsteking. 'Je hoort wel op
de afdeling longziekten te liggen, maar dan krijg je destandaardprocedure. Dat
duurt weken en dan kan je niet naar Frankrijk. Hier kan ik mijn best doen om je
op tijd op de been te krijgen.' Als ik voorzichtig vraag wanneer ze denkt dat ik
naar huis/Frankrijk mag, zegt ze streng: 'Peter, je vertrouwt mij voor honderd
procent zeg je altijd, dan wil ik nu niet meer horen wanneer je naar huis mag.
Ik zal je geen uur langer houden dan strikt noodzakelijk, maar je bent doodziek
en dan moet ik eerst zekerheid hebben dat het verantwoord is. Daar zijn die
onderzoeken voor nodig.'
Ik blijf tot zaterdagavond 2 juni, mijn verjaardag, in het AMC. 's
Ochtends luidt de uitslag van alle onderzoeken: 'De kanker is
niet terug, maar er is sprake van een bacteriële infectie. Er zijn geen
schimmels aangetroffen en je mag met nog een bloedtransfusie, om je wat sterker
te maken, naar huis. Onder geen enkele voorwaarde mag je op de fiets stappen in
Frankrijk, maar je mag wel er wel heen. Met jouw karakter wordt fietsen je
dood.'
De volgende ochtend stappen we na een goede nachtrust in de auto en
rijden naar Frankrijk. Jezus, wat ben ik slap. Dat geloof je toch niet. Van de
12 uur rijdt Marjolijn er 11 en ik 2 keer een half uurtje, om haar te
ontlasten. Ik word nerveus. Wat zal ik daar aantreffen? Ik hoor wel veel over
de telefoon, maar zal ik me er thuis voelen? Rond 10 uur 's avonds rijden we
door Bourg d'Oisans en belt Coen: 'Wanneer ben je er?' Nog anderhalve
kilometer, broertje, en dan sta ik voor je neus. We rijden de camping op, maar
moeten meteen stoppen, wat een mensen, wat een ontvangst. Ongelooflijk. Ik stap
uit de auto en kan maar één ding zeggen: 'Eindelijk thuis!' Mensen
wat ben ik blij dat ik hier ben. Coen vlieg ik meteen in de armen, Fausto is er,
Jurriaan, Bart, Emile, Rob, al die fantastische en lieve mensen. En Daan, waar
is Daan? Natuurlijk is ze net in actie en trekt een rug los, maar gelukkig komt
ze snel aanlopen en vallen we elkaar in de armen. 'Thuis, ik ben eindelijk thuis
en dat voelt gigantisch!'
De afspraak is dat ik veel rust en veel slaap en zeker niet fiets.
Natuurlijk heb ik mijn fiets wel mee, maar geloof me, dat is voor
pr-doeleinden. Als ik naar mijn fiets kijk, heb ik direct 2 uur slaap nodig.
Geen gevaar uit die hoek. Nettie Schaafsma, de huisarts die mee is naar Alpe
d'HuZes, belt met Marie-José en krijgt door wat ik mankeer en waar ze op
moet letten.
Gelukkig blijft in Frankrijk op alle dagen de koorts weg en klinken mijn
longen goed volgens Nettie. Ik voel me ook iedere dag iets sterker worden.
Na 12 uur slaap ga ik buiten op mijn terrasje zitten. Iedereen komt
langs en iedereen is betrokken en aan iedereen vertel ik
hoe geweldig het is om er te zijn. Uiteindelijk is alles
relatief, mensen. Zo ben je beresterk en fiets je binnen de 8 uur rond
het IJsselmeer en zo lig je in het ziekenhuis en smeek je dat het een
longontsteking is en niet de kanker, die de daling van de bloedwaarden
veroorzaakt. Zo relatief is het, dat ik op de vraag hoe ik me voel kan
antwoorden: 'Prima Fred, ik heb een longontsteking'.
's Middags komt het bericht dat Jurriaan is gevallen. Ernstig is
gevallen. Hoe ernstig blijkt pas aan het einde van de dag. Fietsen op 7 juni is
voor hem uitgesloten. Hersenschudding, een stevige, schaafwonden,
spierbeschadigingen, waardoor hij de motoriek heeft van een negentigjarige, en
zijn moraal is gebroken. Het enige wat ik weet te verzinnen is dat hij van
geluk mag spreken dat hij niet meer verwondingen heeft na een val met
Een dag vóór de grote dag geven Coen en ik een presentatie
boven op de Alpe, voor een van onze grootste sponsoren: Informatica. Het is niet
onze eerste presentatie, maar deze is apart: mijn vader en moeder zitten in de
zaal en daarom verloopt het anders dan anders. Van te voren had ik al bedacht
dat mijn moeder de hele presentatie door zou huilen en dat doet ze ook, maar
zachtjes. Mijn vader is een ander verhaal. Een binnenvetter en die houdt zich
goed.
Onze
presentatie is humoristisch en doordrenkt van de boodschap:
Anderen inspireren en
faciliteren om Goed, Gelukkig en Gezond te leven met
kanker! Maar we doen het intensief, emotioneel en dramatisch.
Plotseling houdt mijn vader het niet meer en ik ook niet. Ik heb geen
gêne meer voor tranen, maar het moet niet de overhand krijgen in mijn
verhaal. Daar zitten mensen niet op te wachten. Gelukkig hervind ik mij en
kunnen we verder, maar deze presentatie hakt er wel bij me in. Ik voel het nog
dagen.
De Dag. Zou ik het leuk gaan vinden? Kan ik dit meemaken? Het heeft geen
zin om te gaan zitten kniezen. Daar wordt de dag niet mooier van en daar ga je
jezelf ook niet beter door voelen. Dan maar genieten. 'Het wordt voor mij toch
een kutdag en dan kan ik er maar beter het beste van maken.' Ik los het
startschot en schiet al die renners de berg op, stap in het eerste het beste
busje en rijd langs al die fietsende mannen en vrouwen. Heerlijk om dit te
zien. Wat doen al die mensen weer iets geweldigs! Het zijn er inmiddels
honderden.
Terug naar beneden om me te laten controleren door Nettie Schaafsma.
Koorts weg, longen klinken goed, ik voel me goed. Dan ontbijt ik met Marjolijn
en de kinderen en de kinderen van Fausto en Daan. Het wordt een prachtige
dag.
Ik loop wat rond bij het vertrekpunt beneden aan de voet van de berg. Er
heerst een serene rust. Renner komt binnen, gaat naar de wc, vult bidons bij,
trekt kleren uit, geeft soms vriend of vriendin een kus en vertrekt voor de
volgende klim. Alpe d'HuZes is stug doorgaan, niets anders plannen op die dag
en genieten van de aanwezigheid van mooie mensen. Bij het dalen moedig je de
klimmers aan en bij het klimmen word jij aangemoedigd.
Milo begint aan zijn klim, samen met Marjolijn. Ik voel me heel trots
worden. Samen met mijn vader en moeder en de jongens
van Daan en Fausto stap ik in de auto en volg ze. Drie à vier bochten
met de auto, uitstappen en aanmoedigen. Dat manneke is zo mooi op de fiets. Bij
La Garde, na de eerste zes zware bochten, moet hij even rust nemen van de
dokter. Het is ook wel heel heftig. Wat een hartslag heeft hij zeg. Met die
hartslag fiets ik sneller dan Pantani de berg op. Bij bocht 8 zit een hele
groep fans mensen aan te moedigen. Milo krijgt een enthousiast onthaal. Hij
glimt van oor tot oor als hij aan komt fietsen en dat allemaal ziet. Zijn
moeder heeft het zwaarder.
De finish van Milo is voor mij het hoogtepunt van de dag. Wanneer hij
binnenkomt, zet ik snel zijn fiets weg en kijk hem
recht in de ogen. Hij trilt van vermoeidheid. Hij schudt van
emotie. Als ik hem vertel dat kerels van 40 of 50 hun tranen de vrije
loop laten, is hij niet meer te stuiten. De tranen stromen
over zijn wangen en over die van mij. Een stukje ontlading van leven met een
papa met kanker. Het gaat allemaal goed en mijn kinderen leven vrijwel normaal,
maar toch realiseert een jongen van 11 zich donders goed wat er aan de hand is.
Het vertrouwen op een goede afloop wordt er niet minder om, maar deze emotie
zat wel in hem:
'Ik wou de alp opfietsen omdat ik van sport hou en voor
papa. Ik dacht aan papa toen ik de Alpe d'Huez opfietste en aan opgeven is geen
optie.'
Ik realiseer me plotseling dat ik er nu wel heel erg het beste van aan
het maken ben. Dit had ik nooit meegemaakt als ik meegefietst had. Op de fiets
ben je met jezelf bezig en geniet je van het moment met steeds weer anderen. Nu
heb ik meegemaakt hoe mijn zoon deze dag ervaart en wat hij doet om die ziekte
een kopje kleiner te maken.
Arjen van
Zeben komt voor de 5e
keer boven en is verrot. Maar dan ook helemaal verrot. Een prachtige
klaagzang is het gevolg. Hij beschrijft hoe hij zich voelt en dat hij niet
verwacht nog een keer te kunnen. Ik pak hem bij zijn shirtje, kijk hem diep in
de ogen en zeg: 'Er zijn heus wel ergere dingen dan 7 keer die kloteberg
opfietsen, hoor Arjen. En nu pak je die fiets en rijd naar beneden en
vervolgens nog twee keer omhoog'. Natuurlijk komt hij zeven keer boven.
Bij de finish van Coen voel ik diepe stilte, een intense beleving. Twee
mensen, één gevoel. Coen heeft volbracht wat ik nog moet doen,
maar dat komt wel. Coen heeft mij een paar dagen eerder voor dood in bed zien
liggen en weet hoe intens gelukkig ik ben, ook al kan ik niet fietsen. Alpe
d'HuZes is Opgeven is geen optie. Het is een sportterm, maar ook het verschil
tussen leven en dood.
Harry Agterhorst finisht in mijn shirt.
Hij heeft het 7 keer naar boven gefietst. Ik beloof hem plechtig dat ik
het voorzichtig zal wassen omdat ik Joop er voor geen goud uit wil wassen. Joop
is de veel te jong gestorven broer van Harry en Harry's ultieme motivatie voor
Alpe d'HuZes. Vorig jaar zei Harry bij de start tot zijn broer: 'Joop, we gaan
er een mooie dag van maken.' Aan het einde van de dag was Harry's conclusie dat
hij bij iedere klim iets dichter bij Joop was gekomen. Dat doet Alpe d'HuZes en
daar zit de motivatie van al die renners: ze voelen zich betrokken bij een
dierbare. Veel mensen zeggen dat het niet mogelijk is de Alpe d'Huez 7 keer op
één dag te beklimmen. Wij weten beter: 'Het is onmogelijk, maar
we doen het toch.'
Fred, Menno
en Bernd finishen. Mijn vrienden. Op zondagochtend fietsen we altijd samen en
voeren gesprekken. Simpele onderwerpen, zware discussies, peptalk en soms slap
geouwehoer. De steun die zij me geven is ongekend. Uit de diepste dalen hebben
ze me naar boven getrokken en dat zullen ze blijven doen. Ze zijn omhoog
gekletst door hun vriend Michiel die op mijn fiets hun 7e beklimming heeft begeleid. Mijn
fiets is tóch een keer naar boven geweest. Samen en een stuk frisser dan
in 2006, arriveren ze. Toen moest ieder het op eigen tempo zien te halen. De
beleving is er niet minder om, de emotie misschien nog wel sterker. Later zal
Fred plechtig beloven nooit meer mee te doen met Alpe d'HuZes zolang ik geen
kanker meer heb. Ik hoop hem hier dan ook nooit meer te zien, maar vrees dat
het niet zijn laatste klim op de alp is geweest. Het geeft wel aan wat zijn
drijfveer is: emotie en betrokkenheid. Alleen dan ben je in staat die berg 7
keer op te fietsen.
Eliane Knops en Leo Peelen finishen als laatsten. Samen naar boven
gereden en zeer
tevreden. Wat heeft die Leo een pijn geleden en wat is hij blij. Hij
heeft bewezen dat je op deze dag meer doet dan je kunt. Het is de feestelijke
en mooie afronding van een intense dag.
Honderden
hebben hem beleefd en ervan genoten. Wat zijn al die mensen boven zichzelf uit
gestegen. Wat een kanjers. De eerste renner kwam om ongeveer 5 over 6
vanochtend boven en daarna druppelde het door. De hele dag. Iedere renner die
over de streep kwam, voor de 1e, de
2e, of de 7e keer, is een winnaar en ze werden
allemaal 4, 5, 6 of 7 keer met gejuich en aanmoedigingen over de streep
geschreeuwd. Tot en met Leo Peelen en Eliane Knops, die om 10 uur 's avonds
over de streep komen.
Ik begrijp nu dat meedoen prachtig is, maar erbij zijn ook. Ik had
anders nooit zo kunnen genieten van de fietstocht en finish
van Milo. Ik had die tientallen blije en huilende mannen en vrouwen nooit gezien
als ik op de fiets had gezeten. Dit is 'Alpe d'HuZes plus 1!' en ik was erbij.
Die berg ligt er 1 september ook nog wel. 1 september? Ja, dat is de datum
waarop ik rechttrek wat vandaag niet heeft gekund. Dan fiets ik 7 keer Alpe
d'Huez op en neem revanche op mijn eigen lichaam. Om ervoor te zorgen dat ik
het ook doe, kondig ik het maar meteen aan bij iedereen die het wil horen.
Op de camping heerst de volgende dag een serene rust. Nagenoeg iedereen
heeft het gehaald.
Velen zelfs meer dan 6 keer. Coen en ik stappen nog één
keer in de auto en rijden de Alpe op. Foto's maken van onze berg om ze later te
gebruiken voor onze presentaties.
De barbecue 's avonds is geweldig. Rustig, geen show, heerlijk rond het
zwembad praten en eten. Ik geniet van de aanwezigheid van mijn vader en moeder
en breng ze later op de avond naar hun hotel in het dorp. Wat nog nooit is
gebeurd, gebeurt: mijn vader omhelst me en ik weet hoe dankbaar hij is dat hij
erbij is geweest. Hij drukt me tegen zich aan en we voelen beiden dat we van
elkaar houden. Soms zijn er geen woorden voor nodig, alleen een
gebaar.
Hij heeft me ongelooflijk blij gemaakt.
Opgeven is geen optie!


