Column 27 januari 2008: Slecht nieuwsberichten
Wat doet een mens als er binnen 9 uur 3
slecht-nieuws-berichten zijn deel zijn
geworden?
Toen ik nog klein was had ik de illusie dat, als ik
diep onder m'n warme dekens kroop en ik heel lang zou blijven slapen, alles een
boze droom zou blijken te zijn als ik wakker zou worden.
Als puber at ik slechte berichten en gebeurtenissen
weg; al etend wilde ik vergeten en mezelf troosten.
Later ontdekte ik dat het een stuk gezonder was om
schrijvend de ellende van me af te schrijven. Ook al kon ik niets veranderen
aan de situatie; ik kon voor mezelf zaken op een rijtje zetten en op die manier
beter grip krijgen op de harde realiteit. Heel soms mocht iemand het lezen,
meestal was het voor mezelf.
De laatste maanden merk ik dat naast schrijven ook het
fietsen mijn uitlaatklep is. Dan trap ik automatisch harder, zet m'n muziek te
hard en soms komen de tranen dan vanzelf. Leeg ben ik dan als ik klaar ben,
maar het lucht wel op.
Vrijdagavond, na een dag vol emoties, vroeg Frank of
ik zaterdagmiddag mee zou gaan fietsen. Hij eerst een paar uur alleen en dan
samen nog een rondje. Het zou mijn tweede keer buiten fietsen worden, het echte
werk dus. Maar ik had geen puf, m'n hoofd te vol, m'n lijf te moe van het
maandelijkse vrouwenfeestje, ik had geen
energie.
's Nachts droom ik van de slechte berichten en van de
mensen die daarbij horen. Als ik wakker word van Frank die zich in zijn
fietskleding hijst, weet ik dat ik straks mee ga fietsen. Had Leontien van
Moorsel ook niet haar beste dagen als ze ongesteld was? Ik kon me daar echt
helemaal nooit iets bij voorstellen. Als ik vroeger ging volleyballen vlogen de
ballen me om de oren, altijd was ik dan een fractie te laat. Hoe ongestelder,
hoe trager ik juist werd.
Maar goed, laten we maar kijken of de wind m'n
gedachten kan ordenen. Ik zou wel zien hoe groot mijn rondje zou
worden.
Zondagavond.
Ik heb zaterdagmiddag gefietst, de tegenwind als
vriend ervaren, gewoon maar gaan, gedachten even op nul
. De fiets wordt
steeds meer mijn fiets, het schakelen wordt steeds vertrouwder, ik voel me
lekker, steeds lekkerder.
Zondagochtend, na het schaatsen van Menno, maakt Frank
me zachtjes wakker met z'n eigen liedje: Menno is lekker eerste geworden, Menno
is lekker eerste geworden, ga je mee fietsen, ga je mee fietsen
?
Hmmm, ik lig zo lekker
.. "Stap over die drempel, 't
is lekker weer".
Een uur laten fietsen we weer samen. Ik krijg les over
de molens, m'n topografische kennis wordt uitgebreid, we staan even stil als we
een valkenier in het land bezig zien met een roofvogel, hij leert me m'n neus
te legen zoals het een echte wielrenner betaamt (moet nog wel wat oefenen) en
hij maakt een opmerking die me laat glimmen: Hij vindt het prachtig om samen
met mij hier te fietsen
De berichten van vrijdag zijn natuurlijk niet uit mijn
hoofd gewaaid, maar ik voel me wel strijdvaardiger. Als anderen de kans niet
krijgen om te fietsen, dan moet ik dat doen. Morgen weer wat sponsorpakketjes
maken en weer wat bedrijven gaan
benaderen


